NPO
NTR

 

Het zijn zware tijden in de journalistiek. Een crisis zeggen somberaars. Een transitie waarvan niemand weet hoe het af gaat lopen. Kranten zien hun oplagen en advertentie-inkomsten in een adembenemend tempo teruglopen. Het publiek vergrijst, redacties worden ingekrompen. Zakelijke belangen verdringen journalistieke. Waar kranten het nu al moeilijk hebben, is de televisiejournalistiek binnenkort aan de beurt. Door forse bezuinigingen en door teruglopende advertentie-inkomsten. En ook daar vergrijst het publiek.

 

Het grootste gevaar is een langzame, gestage uitholling van de journalistiek. Verhalen die niet meer gemaakt worden, onderzoek dat uit tijd- en geldgebrek moet blijven liggen, deskundigheid op redacties die verdwijnt. Steeds minder mensen moeten steeds meer werk verrichten. Het is wat ze in de VS ‘the Hamster Wheel’ noemen. Journalisten hebben nog net de tijd om te vertellen wat het uitzicht vanachter hun bureau is, maar niet meer om naar buiten te gaan.

 

Daar staan nieuwe platforms tegenover. Opwindende initiatieven waarin het publiek wordt opgezocht, gebruik wordt gemaakt van hun kennis. Waarin wel degelijk de tijd wordt genomen om verhalen uit te zoeken, gezocht wordt naar nieuwe manieren van financiering. Nu zijn het meestal nog de niches, maar daar is het begin te zien van iets nieuws. Voor wie het wil zien.

 

Goede journalistiek hoort er te zijn als water uit de kraan. Het is een grondrecht in elke gezonde democratie. Dat betekent dat het niet alleen een zaak is van een bedreigde beroepsgroep maar dat het iedereen aangaat.

 

Wij vroegen een aantal journalisten hoe de kwaliteitsjourna-listiek moet overleven. Om niet te blijven hangen in cynisme en somberheid. De uitkomsten verschillen. Zoek het in betaalmuren zegt de een, richt een fonds op en doe iets met de BTW zegt de ander. De overeenkomsten zijn belangrijker. Zoek het in kwaliteit – ‘put more tomatoes in the soup’ – en toon durf. Bied mooie verhalen, verras de lezer en eis als eigenaar niet het onderste uit de kan als het om rendementen gaat. Durf in betere journalistiek te investeren. De stukken stemmen vrolijk. De journalistiek heeft het zwaar maar is nog altijd springlevend.

 

Deze bundel hebben we samengesteld in het kader van de expertmeeting over journalistiek op 22 maart in de Rode Hoed. Op die bijeenkomst willen we met u op zoek naar nieuwe wegen om de kwaliteitsjournalistiek te bewaren. Waarin we partijen bij elkaar willen brengen die te lang tegenover elkaar hebben gestaan. Niet om oude instituties in stand te houden maar omdat we een gemeenschappelijk belang hebben.

 

Carel Kuyl
Mediadirecteur NTR

Nieuws voor iedereen, overal en altijd in elke vorm beschikbaar: het is niet langer een toekomstvisioen.

 

Wereldwijd neemt het gebruik van mobiel internet razendsnel toe. In Nederland groeide het aantal tabletbezitters in 2012 explosief van 1,7 tot 4,3 miljoen en het aantal smartphonegebruikers van 6 naar 7 miljoen. Die trend zal leiden tot bijna 12 miljoen mobiele internetaansluitingen in 2016.

 

De gevolgen zijn ingrijpend. In Nederland heeft internet de gedrukte media en televisie inmiddels ingehaald als grootste advertentiemedium, met een marktaandeel van 30 procent. De uitgaven aan webreclame zullen jaarlijks verder toenemen met ruim 10 procent tot 1,7 miljard in 2016.

 

Verlies

Kranten, radio- en tv-zenders proberen voet aan de grond te krijgen op de digitale markt, met het ontwikkelen van eigen apps en readers. Het aantal dagbladlezers op tablet steeg in 2012 van 9 naar 21 procent. Maar de digitale winst kan het verlies aan inkomsten via 'papieren' advertenties en STER niet compenseren. De advertentieomzet van de dagbladen halveerde van 950 miljoen in 2002 tot 470 miljoen in 2011. Vooral personeelsadvertenties halen de krant niet meer.

 

Ook de krantenconsumptie neemt af. De oplage van alle Nederlandse dagbladen daalde in 2012 met ruim 4 procent. De digitale oplage stijgt, maar maakt slechts 1,2 procent van het totaal uit. Van de landelijke kranten leverden de Telegraaf en het AD in de afgelopen tien jaar flink in. In de regio is de teruggang overeen breed front dramatisch. De betaalde oplage op regionaal niveau kelderde sinds 2002 met een derde.

De gevolgen blijven niet uit: inkrimping, fusies, saneringen. In de afgelopen tien jaar verdwenen er ongeveer 1500 journalistieke banen bij de dagbladen.

 

Bedreigingen

Bij televisie lijkt de situatie minder zorgwekkend. De Nederlander keek vorig jaar met gemiddeld 3 uur en 16 minuten televisie, 5 minuten meer dan in 2011. De kijkcijfers zijn al jaren stabiel – en dat geldt ook voor de nieuws en actualiteitenrubrieken. Het percentage ‘uitgestelde’ kijkers groeide in 2012 van 2,9 naar 3,2 procent. Wel lopen de advertentie-inkomsten terug, vooral een gevolg van de negatieve conjunctuur. RTL leverde in 2012, na twee jaren van groei, ruim een kwart van de brutowinst in.

 

De publieke omroep, niet afhankelijk van de STER, kampt met andere bedreigingen. De permanente beschikbaarheid van nieuws en informatie via internet zaagt mee aan de fundamenten van het toch al omstreden en veranderende bestel. De landelijke en regionale zenders moeten 38 procent van het budget inleveren.

 

Kranten, tv- en ook radiozenders verkeren in zwaar weer en de vraag is of ze de digitale storm kunnen overleven. Anno 2013 wordt het nieuws niet langer verpakt in een afgewogen eindproduct; het ontwikkelt zich permanent via blogs, twitter, beeldfragmenten, getuigenverklaringen. De achtergronden en analyses komen later wel. Dat vraagt om een andere journalistieke benadering.

 

Betrouwbaarheid

Tegelijkertijd zijn die oude media, hoe bekritiseerd ook, bakens van betrouwbaarheid in de almaar aanzwellende informatiestroom. In Nederland gelden NOS nieuws en ANP  als de meest betrouwbare nieuwsbronnen, met een score van 7,3. Van de kranten halen NRC Handelsblad (7,1) het Financieele Dagblad (7.0), Trouw (6.7) en de Volkskrant (6.6) ruime voldoendes. De online nieuwsdienst die het hoogst scoort is Sanoma-dochter nu.nl (6.5), dat zwaar leunt op de persbureaus ANP en Novum. Platforms als youtube (5.4) en Facebook (4.6) bungelen onderaan. GeenStijl sluit de rij met een 4.

 

De hamvraag is of de oude media dat vertrouwen weten om te zetten in een (winstgevende) internetformule. Er zijn wat lichtpunten. Niet alleen zullen de reclame-inkomsten via internet nog toenemen, ook is de verwachting dat steeds

meer lezers en kijkers bereid zijn te betalen voor kwaliteit.

 

De New York Times heeft in 2012  winst geboekt met de digitale editie door de deur goeddeels te sluiten voor niet-betalende klanten. Dat leverde 668.000 betalende digitale  abonnees op. Maar de advertentieomzet blijft achter. Voor het eerst zijn de inkomsten uit abonnementen groter dan die uit reclame. Ook de Britse Guardian, die het roer drastisch heeft omgegooid onder het motto ‘ digital first’, juicht over digitale records en meldde een exoploitatiewinst die voldoende was om het verlies bij de papieren krant te compenseren. Beide kranten kampen nog wel met flinke verliezen als gevolg van de saneringen, de digitale investeringen en de achterblijvende advertentie-inkomsten.

 

Grillen

Voor de grote ‘merken’ is er dus hoop. Maar er zijn ook sombere geluiden. In de VS dreigen steeds meer kranten in handen te komen van zakenlieden, die geen boodschap hebben aan onafhankelijke journalistiek. Zo is de ooit gerenommeerde Diego Union Tribune overgeleverd aan de zakelijke grillen van een Republikeins gezinde projectontwikkelaar, die er geen geheim van maakt dat hem te doen is om beïnvloeding van politiek en publiek.

 

Ook Nederland, vooral buiten de Randstad, kampt met verschraling van het nieuwsaanbod als gevolg van inkrimpingen, fusies en faillissementen. De verhoudingen raken zoek. Almere bijvoorbeeld telt zo’n 45 gemeentelijke communicatieambtenaren - en dan tellen we de afdeling citymarketing niet mee. Daar staat een zevental redacteuren tegenover bij de twee huis-aan-huis bladen in Almere.

 

Journalistiek 3.0

Er is niets tegen goed overheidsinformatie, maar als de markt tekortschiet en de broodnodige tegenkrachten niet meer kan genereren, zal de financiering uit publieke middelen moeten geschieden.

De weg wordt wellicht gewezen door de Zweedse publieke radio, die de afgelopen jaren rigoureus haar koers naar het internettijdperk heeft verlegd met het project ‘journalistiek 3.0‘. Door te investeren in goede onderzoeksjournalistiek. Door aanwezig zijn waar het grote nieuws is - ook internationaal. Door muren te slechten tussen tekst, beeld en geluid. En door direct contact te zoeken met de bevolking via sociale media en een landelijk netwerk aan lokale zenders.

Het resultaat: Sveriges Radio is in drie jaar tijd is opgeklommen naar de eerste plaats in de lijst van instituten in Europa die door het publiek het meest worden vertrouwd, met een score van 75 procent.

Commercieel en publiek gefinancierde media zijn niet elkaars vijanden, maar vullen elkaar aan en  houden elkaar scherp. Alleen samen kunnen ze de kwaliteitsjournalistiek ook voor de toekomst waarborgen.

Dat is de harde les van de dure cijfers.

 

 

Over Wim Fortuyn

Wim Fortuyn is commentator bij Nieuwsuur, werkte bij NOVA als eindredacteur en begon zijn journalistieke loopbaan als regioverslaggever bij het Leidsch Dagblad.

 

 

Geraadpleegde bronnen:

  • Trends in digitale media, Intomart GfK
  • PWC media outlook 2012-2016
  • HOI/Cebuco
  • NVJ/Piet Bakker
  • Nielsen research
  • NDP Nieuwsmedia
  • Stichting KijkOnderzoek SKO
  • SPOT
  • Newcom Research

 

 

 

Het medialandschap is voorgoed veranderd, en op vele redacties doet dat pijn. Sommige titels met een uitmuntende reputatie hebben reden om te vrezen voor hun voortbestaan. Of dat ook voor hun vorm van journalistiek geldt is echter onwaarschijnlijk, zoals ook hun professionals vast een betere toekomst wacht dan gedacht.

 

Hoe vaak heb ik collega’s van kranten niet horen verzuchten dat zij NU.nl destijds zelf hadden moeten uitvinden. Inderdaad hadden ze dat moeten doen, maar het is een illusie om te denken dat dat hen had gered. Want NU.nl, dat is al het nieuws van letterlijk hier en nu, koel en ongekleurd, voor iedereen. NU.nl heeft niet de uitgesproken identiteit van een krant of een omroep, maar won een algemeen publiek voor zich door snel, toegankelijk en betrouwbaar te zijn. Dat levert spectaculaire cijfers op: Ruim zeven miljoen unieke bezoekers lezen samen maandelijks bijna een miljard keer een artikel. NU.nl drijft op advertenties, die we ook nog streng scheiden van de inhoud, waardoor ons budget niet zo hoog is als dat bij onze concurrenten ooit het geval was. Betekent dat dat we niet kunnen investeren in (kwaliteits-) journalistiek? Zeker niet. Wel dat we het slim moeten doen en weloverwogen keuzes moeten maken.

 

Meer smoel

NU.nl doet dus ook dingen niet. Omdat onze bezoekers er niet voor komen, maar ook omdat andere media er om hun identiteit of de specialisten op hun redactie beter voor zijn geplaatst. In mijn vijftien jaar bij Trouw kwam deze krant tot het inzicht dat mikken op een te algemene doelgroep heilloos was. De krant ontwikkelde juist meer smoel, en verzekert zich daardoor nog steeds van een in omvang beperkt, maar wel heel trouw lezerspubliek.

 

Het smoel van NU.nl is ‘het laatste nieuws het eerst’ en dat doen we met hoogwaardige journalistiek. Achter alle berichten die we plaatsen, ook die van de persbureaus, zit een pijlsnelle maar altijd professionele afweging. We checken de feiten, vragen zo nodig wederhoor en zijn vlot bereikbaar voor correcties.

 

Vliegwiel

Met ons journalistieke netwerk en door slim gebruik van sociale media en ons miljoenenpubliek zijn we bovendien hard bezig de kranten te evenaren als maker van origineel eigen nieuws. We bieden ook steeds meer feiten en duiding, maar doen dat wel op een slimme manier. We zullen nooit bij alle rechtbanken, alle vergaderingen en alle voetbalwedstrijden zitten. Maar als het belangrijk is, pikken we het op.

 

Ook andere media zullen belangrijke nieuwsmakers blijven, maar dan vooral daar waar ze zich profileren. Het algemene nieuws is voor NU.nl en consorten, en wat is daarbij eigenlijk het probleem? Door zijn omvang is NU.nl een geweldige aanjager van nieuws, een vliegwiel waarvan andere media nog veel beter zouden kunnen profiteren. NU.nl brengt het nieuws mét verwijzing en mét een link naar de originele bron. Een directere verbinding met het grote publiek is nauwelijks denkbaar.

 

Pluriformiteit

Kwaliteitsjournalistiek is het zorgvuldig toepassen van de journalistieke basisregels en hoewel elk medium zijn eigen toon en onderwerpen kiest, zijn we het daarover allemaal wel eens. Wat voor partijen moeilijker ligt in deze nerveuze markt is die andere exponent van kwaliteitsjournalistiek, namelijk de erkenning van het belang van pluriformiteit en de generositeit die dat vereist. NU.nl is de algemene nieuwsbrenger, maar er ploffen dagelijks ook enkele kranten op mijn mat, in de auto luister ik radio en ’s avonds consumeer ik televisie en internet.

Geen van deze informatiebronnen zou ik willen missen, maar ik pik er wel steeds selectiever uit wat ik wil weten. Zo verander ik van een abonnee op journalistieke titels gestaag in een volger op inhoud. Daar horen wel degelijk een aantal favoriete journalisten en columnisten bij. Als die verhuizen naar een andere plek, verhuis ik mee. In deze realiteit ontstond recent De Nieuwe Pers, waar je je kunt abonneren op afzonderlijke journalisten. Of het financieel gaat vliegen hangt waarschijnlijk meer af van de vraag hoe gemakkelijk het is dan of het geld kost, maar het idee klopt.

 

Gezag

Journalistiek is vanouds ingebed in gewichtige organisaties, maar ook die nadrukkelijk individuele kant aan het vak van journalist is van alle tijden. Wat bronnen je toevertrouwen, wie er tot je netwerk behoren en welk gezag je hebt bij je publiek hing ook vroeger al sterk af van je naam en je gezicht.

 

Ik geloof dat er nog heel veel journalisten zijn die zich graag verbinden aan een gevestigde titel, maar er komt een tijd dat het omgekeerd is en mediabedrijven zich op basis van hun bereik en hun identiteit aantrekkelijk zullen moeten maken voor de beste journalisten. Dat is lastig maar onvermijdelijk, en het is te hopen dat deze titels die transitie voor elkaar krijgen. Momenteel lopen zij meer gevaar dan de kwaliteitsjournalistiek zelf.

 

Over Wouter Bax

Wouter Bax werkte als freelancer in Antwerpen voor Het Volk, de Gazet van Antwerpen en Het Laatste Nieuws. Vanaf 1997 werkte hij bij dagblad Trouw. Sinds mei 2012 is hij hoofdredacteur van nieuwssite NU.nl.

 

‘Not what someone says, not what somebody wished were true, but what is so, beyond all our opinions, constitutes the touchstone of our sanity,’ schreef Walter Lippmann een eeuw geleden. Het is de crux waar journalistiek om draait. De rest is versiering en ontspanning.

 

Voor wie het even vergeten is: journalistiek is er voor het publiek, voor controle op ‘the powers that be’, om te voorzien in de behoefte aan informatie over onderwerpen die er maatschappelijk toe doen, voor het bieden van een platform voor discussie. Journalistiek kenmerkt zich door onderzoek  te  doen  naar  de  feiten, door  zijn  onafhankelijkheid en onpartijdigheid, door een heldere scheiding van feiten, analyses en meningen.

 

Dat is professioneel werk. Het voldoet, als het goed is, aan vakmatige kwalificaties, waar je talent voor kan hebben en voor kan leren. Het idee, de uitwerking, het onderzoek, de presentatie van het resultaat zijn even zovele professionele onderdelen van het journalistiek proces. Burgerjournalistiek is daarom een met amateurkunst vergelijkbaar begrip: soms een mooie voedingsbodem of vruchtbare bron, maar geen alternatief. Journalistiek is een professie, het is een vak en het kost geld. Het product – via welk medium dan ook verspreid – is dus ook niet gratis. Ook niet als je het weggeeft.

 

Free lunch

De grootste fout die uitgevers en journalisten de afgelopen vijfentwintig jaar hebben gemaakt is dan ook het gratis ter beschikking stellen van hun waren via op webgebaseerde elektronische media. Een hele generatie nieuwsconsumenten is opgegroeid met de misvatting dat journalistieke producten voor niks zijn, en als dat bij de Volkskrant niet zo is, dan bij NU.nl wel.

 

De “crisis in de journalistiek” is de ramp die zich voltrokken heeft door de economische, bedrijfsmatige grond onder het vak weg te trekken. ‘There is no such thing as a free lunch.’ Wie een paar honderd euro per jaar betaalt voor zijn dagelijkse krant, krabt zich ernstig achter de oren als hij dezelfde of vergelijkbare inhoud gratis op zijn pc, tablet of smartphone kan krijgen. Daarmee loopt het lezersbestand van de krant leeg en, in min of meerdere mate als gevolg daarvan, de basis om krantenadvertenties te verkopen. Vaak was de afdaling van de dagbladen onder invloed van bijvoorbeeld de televisie al lang begonnen, en waren er nog wel lezers maar langzamerhand geen adverteerders meer. En overal was het een kwestie van afwachten voordat ook andere media op het journalistieke vlak, zoals radio en televisie, een vergelijkbaar onheil over zich heen zagen komen.

 

Jong geld

De gemiddelde Nederlander besteedt, volgens onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau, al decennia ongeveer twintig uur per week aan “de media”. Meer tv-kijken impliceert dus minder boeken en kranten lezen. Meer internetgebruik gaat dus ten koste van tv-kijken. Oudere generaties houden nog aan oude patronen vast, maar de toename in leeftijd van het kijkerspubliek van programma’s als Nieuwsuur en P&W is zowel onvermijdelijk als spreekt boekdelen (gemiddelde leeftijd boven 60 jaar). Die zijn weliswaar vermogend, maar reclamemakers hebben liever jong geld dan oud geld.

 

Minder lezers, minder advertentieomzet leidt vrijwel onvermijdelijk tot bezuinigingen op redactionele kosten – waar zijn de tijden dat de Sulzbergers van de New York Times bij tegenvallende advertentie-inkomsten het redactiebudget verhoogden ‘to put more tomatoes in the soup’? Een proces van bezuinigen heeft zich ook in Nederland op grote schaal voltrokken. Regionale kranten verdwenen of werden samengevoegd, dagbladen verschenen met een vermagerde inhoud, op goedkoper formaat, met minder mensen gemaakt, met minder ruimte voor verhalen waarvoor veel voorbereiding vereist is, met meer opgeleukte kost in een wanhopige poging de jongere lezer met lifestyle, relatierubrieken en ‘Lieve Lita 21e eeuw’ bij de krant te houden.

 

Vox pop

Televisienieuwsrubrieken  stopten  er  méér  aandacht  voor ‘de man in de straat’ in, minder buitenland, en voedden het beeld dat het infotainment van Barend & Van Dorp, Pauw & Witteman of DWDD eigenlijk het summum van journalistiek is. NOS Nieuws, producent van het Journaal, jaren een baken van degelijke, betrouwbare, zij het wat saaie nieuwsgaring, herkauwt op radio, televisie en het web 24 uur per etmaal hetzelfde ‘verhaal van de dag’. Door een facebookende, twitterende  en  bloggende  internetcultuur  gestimuleerd is ook de journalistiek sterk gericht geraakt op de vox pop, op emoties en meningen en een opgewonden papagaaienen herhaalcircuit dat, ondersteund door de sociale media, voor vierentwintig uur per dag ‘nieuws’ moet doorgaan. Een aanstaande regenbui kan het land toch gauw een hele dag bezighouden. De pro formazitting van Jasper S. scoort een dag voorbeschouwingen en een dag achter de schermen extra. Aan meningen en emoties geen gebrek, wel aan feiten.

 

Voetenwerk

Journalistiek moet het grotendeels hebben van het simpellijkende maar cruciale voetenwerk. De raadsverslaggever in Veendam, de politieverslaggever in Utrecht, journalisten die in Den Haag een of meer departementen volgen of weten wat en wie er speelt in vakbondskring of ondernemersorganisatie, AIVD of Raad voor de Rechtspraak. Correspondenten die een buitenland kennen, de taal spreken, weten wat wat betekent, geen parachutisten die per brandhaard gedropt worden onder het motto: ‘Anyone here being raped and speaks English?’

 

Dat voetenwerk, zoals voor Engeland door Nick Davies perfect beschreven in Flat Earth News, bestaat bijna niet meer of staat onder grote druk. Terwijl die kleine mannetjes en vrouwtjes zonder byline, zonder column met fotootje of hoofd op de buis de basis vormen waarop kranten-, televisie- en internetjournalistiek hun nieuws, achtergronden en analyses zouden moeten baseren. Doordat het bedrijfsmatig vloerkleed onder de journalistiek is weggetrokken, is ook het fundament van het vak in de feiten ondergraven.

 

Gefragmenteerd

Juist nu de wereld onder de voet gelopen wordt door een elektronische  vloedgolf  van  websites,  politieke,  commerciële en maatschappelijke campagnes, van lawaaiige bloggers, twitteraars en facebookers, is er niet minder maar méér behoefte aan kwalitatief goede journalistiek. In een medialandschap dat verregaand gefragmenteerd is – er zijn op NU.nl na nauwelijks op zichzelf staande, journalistieke internetsites of twitteraccounts die meer bezoekers hebben dan een slechtbeluisterde radiouitzending – blijft er vraag naar betrouwbare locaties op het web die in staat zijn enige ordening in de chaos aan te brengen.

 

Merken, namen, reputaties, imago’s zijn ook op het web cruciaal. Naam krijgen in de digitale wereld is nog moeilijker dan in de wereld van ‘bricks and mortar’; de oude media of zelfs de kranten hebben een naam en spelen daarin dus nog een belangrijke rol.

 

Dagblad-, weekblad-, radio-, televisie-, internetjournalistiek zijn allemaal anders, maar de kern is hetzelfde. Ze hebben ook allemaal een bedrijfsmatig fundament nodig om hun werk te kunnen betalen. Waar moet dat dan vandaan komen? In ieder geval niet door te verdunnen of op te leuken; wie daaraan begint heeft bij voorbaat verloren en goede journalistiek is moeilijk genoeg.

 

  • netto reclamebestedingen verdubbelden tussen 1990 en 2012 van € 2 miljard naar € 4 miljard (Nielsen, Jaarrapport Netto Mediabestedingen 2011)
  • het aandeel van printmedia nam af van ruim 80% in 1990 tot ruim 30% in 2012; televisie en radio groeiden van minder dan 20% naar ruim 30%; internet van 0% in 2005 naar 30% in 2012
  • kranten hadden in 1990 een marktaandeel in advertenties van 31%, in 2012 is dat 11%; televisie nam 17% voor zijn rekening in 1990, dat groeide tot 25% anno 2012
  • de betaalde oplage van landelijke kranten was in 1990 ongeveer 1,9 miljoen; in 2012 was dat 1,6 miljoen (Piet Bakker, Hogeschool Utrecht)

 

Normale verhoudingen

Voor een journalistiek product moet betaald worden. Dat is geen voldoende voorwaarde voor de journalistiek om te overleven, wel een noodzakelijke. Dus omhoog met de betaalmuren, betaalde abonnementen en artikel/fragment-gewijze bijdrages op het web! En is er dan een reden om de journalistieke productie van de Publieke Omroep daarvan uit te sluiten? De BBC geeft zijn series of documentaires toch ook niet weg? Zo kan ook de NOS met een bereik van 30% van de Nederlanders per maand bijdragen aan het herstel van de normale verhoudingen: journalistiek kost geld.

 

Over Hugo Arlman

Hugo Arlman werkt samen met John Peters aan drie documentaires over Vrouwengevangenissen en was redacteur van de VPRO-serie ‘Langgestraft’. Hij schrijft o.a. voor DeNieuweReporter en het Nederlands Juristenblad, was redacteur van VN en schreef voor NRC Handelsblad en HP De Tijd.

 

 

Wie dol is op echte kranten en tijdschriften, moet beslist een  keer  naar  Gilze  gaan,  naar  Van  Gelderen  Import. Nu kan het nog.

 

Als het nacht is, om een uur of twee, komen daar de auto´s aanrijden uit België, Frankrijk en Duitsland. Ze gaan de fabriekshal binnen en mannen staan klaar met hun steekkar. De laadklep gaat open en wat te voorschijn komt, is het mooiste en het beste dat de liefhebber van journalistiek zich kan bedenken: de International Herald Tribune, The Wall Street Journal, The Daily Telegraph, El País, Le Monde, Le Figaro, het roze papier van de Financial Times en de Gazzetta dello Sport, verse stapels van Der Spiegel (alleen op de nacht van zondag op maandag) en ga zo maar door – alle tot voor kort onsterfelijk gewaande titels komen hier binnen om in pakketten te worden gestopt, die nog dezelfde nacht door heel Nederland worden verspreid.

 

Iedereen journalist

We zijn hier om te filmen voor ons drieluik ‘Iedereen Journalist’. Reden: een paar maanden geleden werden we gealarmeerd door het nieuws dat Noord-Nederland voortaan geen buitenlandse kranten meer zou krijgen, het was niet langer lonend iedere nacht een handjevol uitheemse kranten naar Groningen en omgeving te rijden, ongeveer 300 kilometer verderop. Dus stel, u bent hoogleraar Franse Letteren aan de Groningse Universiteit en u heeft de gewoonte op donderdag le Monde des Livres op te slaan voor het laatste boekennieuws, tant pis. Kan niet meer.

 

Misschien kunt u zich nog herinneren dat vroeger voor de kiosk een draaimolen stond met wel tien Turkse kranten, het kon niet op. Maar die tijd is voorbij. Alles bleek wel degelijk op te kunnen en bij Van Gelderen weten ze mooi te vertellen hoe in de vorige eeuw  grote stapels buitenlandse kranten in Nederland arriveerden, iedere nacht opnieuw, en hoe daar, zomaar opeens, een einde aan is gekomen. Geen belangstelling meer, te duur en te omslachtig. De koper van een buitenlandse krant is een zonderling geworden en zijn dagen zijn geteld.

 

Treurig gezicht

Toen we begin 2012 bij de NTR over de vloer kwamen, Albert Klein Haneveld en ondergetekende, om te praten over een film over het dreigende voortbestaan van de journalistiek, was de stemming die van een begrafenis. Het was tijd om afscheid te nemen van een oude vriend. De patiënt was al langer wat zwakjes, maar nu leek het einde toch echt in zicht. Wat ook niet hielp, was dat we zojuist de documentaire over The New York Times hadden gezien, ‘Page One’. Mooie film wel, waarin keihard werd aangetoond hoe een van de beste kranten ter wereld achter de feiten aanliep en iedere dag opnieuw moest constateren dat het laatste nieuws niet langer in de krant stond maar elders, op het web.

 

Het was een treurig gezicht, je zag in deze film groepjes redacteuren bij elkaar staan, en wat ze met elkaar bespraken was onmiskenbaar intelligent en getuigde van groot vakmanschap – zo moest het gaan bij een uitzonderlijk goede krant, iedere dag opnieuw. Maar intussen was daar in Manhattan geen droog brood te verdienen met het aloude handwerk en bleef het vlaggenschip drijven dankzij de dikke portemonnee van een Mexicaanse telefoonpiraat.

 

Zolderkamers

Zo gingen we dus op pad in de beste vaderlandse journalistieke traditie – lekker somber, het kon allemaal niks wezen, alles ging kapot – en eigenlijk stond de uitkomst van onze gang door het Nederlandse perslandschap al vast. Het was over en uit met de kwaliteitsjournalistiek.

 

Nu, ruim een jaar later, is de stemming nogal omgeslagen. In de tussentijd trokken we door het land om journalisten te spreken die ons konden vertellen hoe de vlag erbij hangt, we kwamen op bijeenkomsten waar lezers hun hoofdredacteur  onder  handen  namen,  we  bezochten  zolderkamers waar nieuwe webkranten het licht zagen en we ontmoetten studenten journalistiek die de wereld wilden veroveren. En natuurlijk lazen we ook dagelijks de kranten, op papier en op het web, om ten slotte te constateren dat de Nederlandse journalistiek nog lang niet dood is, integendeel.

 

Lucratieve business

Wat helpt bij de gedachtenvorming over dit onderwerp, is een reflex die eigenlijk altijd van nut is als je een onderwerp probeert te doorgronden: doe een stap terug en bekijk het object van studie van enige afstand.

 

Het eerste inzicht dat zich dan opdringt is dit: wat zijn uitgevers  ongelooflijk  rijk  geworden  in  de  tweede  helft van de  20ste eeuw. Wie over  een titel, een drukpers  en een distributienetwerk beschikte, maakte fortuin. Kranten uitgeven was lange tijd een zeer, zeer lucratieve business en toen het maandblad Quote in 1996 begon met de jaarlijkse ranglijst van rijke Nederlanders, waren alle persbaronnen van de partij. De familie van Puijenbroek, de familie Sijthoff, de familie Hazewinkel en de familie Boom – allemaal present. Zelfs Anton Mussert is in de oorlogsjaren rijk geworden in de korte tijd dat hij uitgever is geweest van Volk en Vaderland, huisorgaan van de NSB.

 

Bevoorrechte positie

Natuurlijk hielden uitgevers het meeste geld zelf, maar drukkers en journalisten profiteerden graag mee van deze boom. Werp een blik op hun arbeidsvoorwaarden en u begrijpt wat ik bedoel. Goede salarissen, lekker veel vrije tijd, alle mogelijkheden om tegenslag in de huiselijke kring op de baas te verdisconteren; men verkeerde jarenlang in een zeer bevoorrechte positie.

 

Tegelijkertijd was een andere onheilspellende ontwikkeling gaande. Meer dan eens maakten journalisten in hun loopbaan – iets ouder en ook ietwat uitgeblust – de grote stap voorwaarts en werden uitgever. Leuk voor betrokkenen, maar vaak een ramp voor de bedrijfstak. Want als journalisten ondernemer worden is het niet zelden oppassen geblazen. Dan krijg je mensen die eigenlijk nergens iets van weten op vitale posities in een bedrijf en rampspoed is dan opeens erg nabij.

 

Grote woorden, grote visies, grote gebaren en intussen vliegen de miljoenen alle kanten op. Bij TMG, bij PCM, bij Wegener en bij de NDC zijn zo enorme kapitalen in het zwarte gat verdwenen en om redenen van ruimtegebrek moet ik hier kortheidshalve verwijzen naar het lemma ‘Ben Knapen’.

 

Gratis bier

Rijk, verwend, soms incapabel en dikwijls betweterig; het waren niet de ideale eigenschappen van een beroepsgroep die opeens oog in oog stond met een heuse revolutie, met de komst van internet. Het is eenieder natuurlijk gegeven in nieuwe omstandigheden een enkele keer een steek te laten vallen, maar de massaal gekozen optie van kranten en tijdschriften om lezers gratis content toe te stoppen is toch wel verbluffend: hoe kun je zo stom zijn gratis weg te geven waar je altijd geld, veel geld, voor had gevraagd? Onmiskenbaar gaan onze gedachten hierbij uit naar de brouwer Freddy Heineken, die bij leven en welzijn talloze malen werd gevraagd of hij een of andere bijeenkomst wilde ‘sponseren’ met gratis bier en die alle keren dat dit verzoek tot hem kwam, subiet weigerde, met als reden: ‘Voor bier moeten ze betalen, daar leef ik van’.

 

Tegenwind

Het is dan ook niet verbazend dat menigeen de moed had verloren  toen  –  inmiddels in  de  21e  eeuw  –  de  gevolgen van internet wel heel erg voelbaar werden: minder banen, minder inkomsten, lezers weg, adverteerders voorgoed verdwenen en de meeste mensen die de tegenslagen het hoofd moesten bieden, hadden in hun beroepsleven nooit eerder met serieuze tegenwind te maken gehad. Verzuchtingen in de sfeer van ‘het is gedaan’, ‘journalistiek kapot’ en ‘over en uit’ waren de afgelopen jaren dan ook niet van de lucht. Al kon het de oplettende toehoorder niet ontgaan dat het vooral oudere collega’s waren die geen heil meer zagen in de nieuwe tijden.

 

Snel terug naar het heden. Want inmiddels zijn de sombere geluiden deels verstomd en het is verbluffend hoe er wordt getrokken en gesjord aan iets dat met geen mogelijkheid als een dood paard kan worden aangeduid. De afgelopen 36 maanden is in de journalistiek meer geïnnoveerd dan de 36 jaar daarvoor. Overbodige journalisten zijn verwijderd, titels werken samen, bezorgers hebben verschillende kranten in hun fietstassen, er is een grote differentiatie in abonnementsvormen, de krant is een winkel geworden van boeken, reizen en wijn, je hebt apps voor je favoriete auteurs en je ideale selectie van artikelen, en ga zo maar door.

 

Het zindert in de journalistiek als nooit tevoren.

 

Kleurrijker dan ooit

En laten we de inhoud niet vergeten, want daar gaat het uiteindelijk immers om. Meer dan een halve eeuw was het krantenlandschap een brave afschildering van de Hollandse geloofsgemeenschap en moest je met een zaklamp op zoek naar de verschillen. Eensgezind, voorzichtig, braaf, burgerlijk en gezagsgetrouw werd dagelijks verslag gedaan van de gebeurtenissen in binnen- en buitenland, net zo lang tot je erbij in slaap viel.

 

De afgelopen jaren is hieraan veel ten goede veranderd. Met de komst van het web werd de journalistiek onbeschofter, rauwer, onbetrouwbaarder, anarchistischer, verrassender, minder feitelijk en meer opiniërend – en met een enorme participatie van terug-schrijvende lezers. Soms lijkt het wel of iedereen journalist is geworden. Als we van al deze veranderingen de balans mogen opmaken, kun je zeggen: het palet is kleurrijker dan ooit. Na de jaren van ‘vijftig tinten grijs’ is het nu een bonte bedoening in de journalistiek geworden.

 

En niet in de laatste plaats: wat wordt er hard gewerkt. Laatst gingen we een avond in Apeldoorn filmen waar Peter Vandermeersch  de  plaatselijke  burgerij  zou  ontmoeten. Doel:  de  onrust  over  de  veranderingen  bij  NRC  Handelsblad wegnemen. Het was de 57ste ontmoeting van de NRC-baas met lezers in het land, want hij blijft in beweging om zijn missie kenbaar te maken. Na een lange werkdag sprak Vandermeersch de  volle  zaal  toe  met  al  zijn  plannen  en ideeën over een kwaliteitskrant anno 2013. Toen hij klaar was, kwamen de vragen uit de zaal. Vervolgens moest er worden gedronken op ieders heil en op dat van de NRC in het bijzonder.

 

Onvermoeibaar

Op de snelweg, terug naar Amsterdam, interviewden we hem op de achterbank van zijn dienstauto, een pittige Audi A5. De dag was allang voorbij maar Vandermeersch zette nog eens omstandig uiteen wat zijn plannen waren en waarom alles moest gaan zoals het ging, onvermoeibaar.

 

Bij Laren gingen we even de weg af. Camera uit de auto van Vandermeersch, camera nu in de volgauto, want we wilden een exterieur filmen en laten zien hoe NRC’s hoofdredacteur ‘s nachts over ‘s heeren wegen reed tot heil van de Nederlandse krantenlezer. Daar gingen we weer, het was snijdend koud deze winternacht, de camera stond in de open deur, en met een gangetje van 120 kilometer per uur filmden we op de snelweg tussen Hilversum en Amsterdam.

Verdomd, deed Peter opeens zijn bril af en herkenden we hem niet meer als Peter.

Hallo? Kan de bril weer op?

Ja, dat kon en daar ging hij weer, met bril en al. Eindeloos in de weer voor de vaderlandse pers die nog een geweldige toekomst leek te hebben.

 

Over Henk Steenhuis

Henk Steenhuis werkt aan drie films over de malaise in de journalistiek. Hij werd op zijn 35ste journalist. Hij was hoofdredacteur van HP De Tijd, correspondent in Parijs, oprichter van Welingelichte Kringen en lid van de hoofdredactie van Het Parool.

 

 

Het gaat goed met de journalistiek in Nederland. Ik schrijf dit stuk enkele uren nadat de nominaties bekend zijn gemaakt voor de Tegel.  Nieuwsuur, De Volkskrant, NRC Handelsblad, RTL Nieuws, VPRO Radio en anderen worden genoemd met prachtige  werkstukken.  Wat  mij  daarbij  vooral  opvalt  is de grote waardering die de jury heeft uitgesproken voor hard nieuws. Voor onderzoekswerk bijvoorbeeld naar het derivaten-drama, naar de inkomensafhankelijke zorgpremie, naar het SNS-drama, naar doping in de sport…  Dat is een prettige en in zekere zin geruststellende vaststelling. Wij, de Nederlandse journalistiek, doen wat we in de allereerste plaats moeten doen: nieuws brengen en tegels lichten.

 

Dagelijks lees ik in (buitenlandse en) Nederlandse kranten en tijdschriften rommel. Slecht uitgezochte stukken. Half bevestigde geruchten. Onjuiste feiten. Opgeklopte nieuwtjes.  Ongenuanceerde  stukken.  Schreeuwerige  meningen die het vooral moeten hebben van het volume en minder van de onderbouwing. Dat laatste geldt trouwens in overdreven mate voor radio en televisie die meer en meer meningfabriekjes zijn met te veel luidruchtig rumoer en te weinig fundamenteel debat.

 

Maar dagelijks lees ik in diezelfde kranten en tijdschriften, en hoor en zie ik op radio en televisie, ook uitstekende journalistiek. Goed uitgezochte verhalen. Scherpe interviews. Doorgeprikte leugens. Prachtige reportages. Steengoede analyses. Uitstekend onderbouwde commentaren.

 

Bij NRC stellen we vast dat er steeds meer informatie maar steeds minder journalistiek is. In een wereld waarin we bedolven worden over nutteloze en onbetrouwbare informatie, is er daarom meer dan ooit nood aan serieuze ernstige media. Die kunnen natuurlijk overleven. Beter nog, ze hebben zelfs een prachtige toekomst. NRC ziet een rol voor zichzelf in die toekomst door zich te concentreren op vier gebieden.

 

De volgorde is ook een rangorde.

  1. Eigen  nieuws.  Nieuws  uitzoeken. Back  to  basics  dus. Elke journalist van de hele organisatie is een onderzoeksjournalist. Weergeven wat algemeen bekend is, is onvoldoende. We zoeken zelf het nieuws uit op die deelgebieden die relevant zijn voor de samenleving.
  2. We leveren de best mogelijke achtergronden, commentaren en analyses bij het algemeen bekende nieuws. Daarbij kijken we bewust veel en ver over onze grenzen.
  3. We zijn de plek van opinievorming en van debat in dit land. Op onze pagina’s strijden goed onderbouwde meningen en opinies met elkaar.
  4. We  zijn  een  slimme  gids  voor  wat  er  gebeurt  in  de cultuur- en mediawereld.

 

Willen we die kwaliteitsjournalistiek waarmaken, dan moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  1. Genoeg (goed opgeleide) mensen en middelen. Journalistiek is een tijdsintensief beroep. Het verlies van mensen op een redactie is bijna recht evenredig met het verlies van kwaliteit.
  2. Eigenaren die overtuigd zijn van de waarde van de journalistiek en van het aparte economische karakter daarvan. In de (kwaliteits)journalistiek kunnen geen rendementen worden verwacht die er wel zijn in een aantal andere sectoren.
  3. Een  juridisch  kader  dat  het  intellectuele eigendomsrecht bewaakt. De ‘content’ die redacties produceren is waardevol. Die moet technisch/juridisch beschermd worden tegen ‘aggregatoren’.
  4. Een ‘fair playing field’ waarbij initiatieven uit de private sector niet verstikt of afgeremd worden door een ongepaste rol van de overheid.
  5. Een technische oplossing die aangereikt wordt aan lezers/klanten om op een gemakkelijke manier content te downloaden aan een kleine prijs.
  6. Enthousiasme   en   durf   van   nieuwsorganisaties  om te experimenteren met andere platformen dan de klassieke kranten, sites etc.zonder schrik te hebben voor kannibalisatie.
  7. Een bescheiden en transparante houding van de journalistieke actoren over zichzelf en hun werkwijze, hun (onvolkomen) resultaten…
  8. Journalisten die niet alleen de bal in het kamp leggen van uitgevers en eigenaren, maar hogere eisen stellen aan hun eigen functioneren en hun energie stoppen in de zaken die het verschil maken.
  9. Zorgen dat ook jonge mensen de relevantie van journalistiek blijven zien, door inhoud, vorm en presentatie.
  10. Een grote onbescheidenheid over het belang van journalistiek. Laat ons blijven uitschreeuwen hoe cruciaal goede journalistiek is voor de kwaliteit van onze samenleving.

 

Samengevat: enkel uitstekende (betaalde) journalistiek zal overleven.  Gratis zal er veel middelmaat blijven. Of anders gezegd: we gaan alleen maar overleven als we beter worden in wat we moeten doen. En dat betreur ik niet.

 

Over Peter Vandermeersch

Peter Vandermeersch is sinds 1 september 2010 hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Van 1988 tot 2010 werkte hij voor de Belgische krant De Standaard, waar hij vanaf 1999 als hoofdredacteur de krant ingrijpende wijzigingen liet ondergaan.

 

19 maart 2013

 

Het zal de meeste hoofdredacteuren regelmatig overkomen. Je zit achter je computer en je zoekt naar een kernachtig begrip om het mooiste vak van de wereld even te karakteriseren. Bijvoorbeeld voor een of andere speech. Of voor een mailtje aan de redactie naar aanleiding van een ethische discussie. Of je zit tegenover een student die een master journalistiek doet en die jou, ten behoeve van een scriptie, vraagt: kunt u in een paar woorden zeggen waar de journalistiek voor moet staan?


Om welke kernbegrippen gaat het dan?

 

Hoor- en wederhoor. Argwaan. Speurzin. Verwondering. Kritisch vermogen.

 

Allemaal goed. En allemaal nodig om ons vak verantwoord uit te kunnen oefenen. Maar in het huidige journalistieke klimaat niet genoeg. De journalistiek ligt onder een vergrootglas, media leven in een glazen huis, de concurrentie is enorm, snelheid en hyperigheid bedreigen een nuancerende blik. Collega’s waarschuwen in boeken, weblogs staan vol met alarmerende bijdragen, mondiaal, van de VS tot aan Europa, breekt men zich het hoofd over een minder kwetsbaar ‘verdienmodel’ dan er nu is.

 

Grens

Het is inmiddels vaak gezegd, er zijn veel debatten gevoerd, de noodklok begint bijna al even onrustbarend als vertrouwd te klinken. Laten we die discussies desondanks blijven voeren, maar over één ding zouden we het als ‘kwaliteitsjournalisten’ (vergeef me het woord) toch eens moeten kunnen worden: waar ligt de grens bij het toegankelijk maken van onze informatieoverdracht? En zullen we dat voortaan niet wat duidelijker aangeven?

 

Want het (soms onbedoelde) neveneffect van al die onzekerheid en zorg over de toekomst van ons vak is dat we steeds vaker  onze  ambities  laten  ondersneeuwen.  We  worden ‘leuker’ onder het mom van toegankelijkheid. We zeggen wel dat we onderzoeksjournalistiek belangrijk vinden, maar dunnen ondertussen noodgedwongen de researchredacties uit. We proberen de inkomensafhankelijke zorgpremie ‘naar de mensen toe’ uit te leggen, maar moeten later beschaamd toegeven dat we de techniek eigenlijk niet begrepen. We weten dat de toekomst van kwaliteitsjournalistiek niet alleen ligt in stukjestikkers of itemmakers, maar vooral in gespecialiseerde collega’s. Maar maken we daar ook ruimte voor in ons personeelsbeleid?

 

Boodschap

Geen  misverstand:  het  is  de  plicht  van  iedere  journalist om zijn informatie zo helder mogelijk voor het voetlicht te brengen. Daar hoort soms bijvoorbeeld vox pop bij, of een sandwichformule. Een goede discussie over wat ‘het gesprek van de dag’ eigenlijk is. Eens een keer een wat lichter item over een barre sneeuwdag. Maar er is wel een grens.

 

Dat is ook de boodschap die je kan uitstralen: dit is het soort programma dat wij maken, we doen dat naar beste vermogen, we staan open voor kritiek, maar ergens is er die grens. We gaan niet speculeren, alleen maar omdat een onderwerp ‘het gesprek aan de koffieautomaat’ is. ‘Het gesprek van de dag’ journalistiek vertalen is een legitiem streven, maar op die vraag kan ook wel eens nee worden gezegd. Dat zal geapprecieerd worden. Wekelijks kijken er rond de 800.000 mensen naar een thema-uitzending van Nieuwsuur over SNS, of over het aftreden van de paus, of naar zware buitenlandse onderwerpen. De waardering als er serieuze onderzoeksjournalistiek in de kranten of bladen opduikt is groot. Mensen herkennen de rol van de journalistiek als er eens een mooi dossier wordt blootgelegd.

 

Duidelijke keuzes

Nieuwsconsumenten zijn slimmer dan wij vaak denken en verwachten vaak ook niet meer dan wij eigenlijk ambiëren. Heb dan ook de durf om dat te doen. En andere dingen niet. (Jong) publiek verleid je niet door te verleuken of geforceerd toegankelijk te worden. Wel door duidelijke keuzes te maken en die uit te leggen. En natuurlijk door kwaliteit te leveren. Weten waar je over bericht. Je verantwoorden als het fout gaat. Zoeken naar de nuance en niet steeds willen scoren. Die  durf  geldt  in  de  eerste  plaats  de  journalisten.  Maar het  gaat  verder.  Vanuit  meer  hoeken  zou  men  moeten inzien dat  de  journalistiek te  waardevol  is  om  marginaal te  worden.  Bij  de  publieke  omroep,  waar  bazen  gedurfd zouden moeten programmeren en minder aan marktaandelen moet worden gedacht. Bij de commerciële omroep, waar de bazen eens zouden moeten durven om, naast het RTL Nieuws, geld uit te trekken voor een actualiteitenprogramma. Daar krijg je inderdaad minder reclameopbrengsten mee dan als je het niet doet. Maar je wint wat anders: verantwoordelijkheidsbesef, waardering, gewoon iets doen omdat het belangrijk is.

 

Winstmarges

Durf tonen is ook nodig voor uitgevers en eigenaren van mediabedrijven.  Winstmarges  van  12  procent  of  meer zijn absurd in een onder druk staande markt. Heb het lef genoegen te nemen met een rendement van 7 procent. Investeer in een grotere onderzoeksredactie en een extra correspondent aan de westkust van de VS. En draag die keuze ook uit, vertel waarom dat gebeurt.

 

Zelfs de overheid zou lef moeten tonen. Bijvoorbeeld door redactionele samenwerking tussen kranten en omroepen beter mogelijk te maken. Door een serieuze wet openbaarheid van bestuur te maken. Door niet toe te staan dat er ‘verelendung’ binnen de publieke omroep ontstaat, omdat de overheid nooit haar verantwoordelijkheid heeft genomen bij het moderniseren van het bestel.

 

Kernbegrip

Goede journalistiek is te belangrijk om langzaam uit te laten faden. Die kernbegrippen, van hoor en wederhoor tot aan speurzin, blijven natuurlijk overeind. Maar om de toekomst van de journalistiek te borgen moet er, voor alle spelers, een kernbegrip bij. Dat hoeft niet ontwikkeld te worden. Daar zijn geen debatten voor nodig. Daar moet je gewoon je gezond verstand voor gebruiken. Dat kernbegrip is: durf.

 

Over Joost Oranje

Joost Oranje is hoofdredacteur van Nieuwsuur. Daarvoor werkte hij als onderzoeksjournalist bij de omroep en bij NRC Handelsblad, waar hij onder andere chef van de politieke redactie was en lid van de hoofdredactie.

 

 

 

 

Wat staat de regionale krant te doen?

Eigenlijk is de regionale krant een compromis. Aan de ene kant dankt ze haar bestaan aan de behoefte van een landsdeel aan serieus nieuws over stad en streek. Aan de andere kant hebben de lezers van een regionaal dagblad de behoefte aan een complete krant, die ook nieuws uit binnen- en buitenland biedt. Dan hoeven ze geen twee kranten te lezen.

 

Het aanbod aan nieuws uit alle hoeken van de wereld is verveelvoudigd. Radio, televisie en vooral internet bieden een constante stroom aan steeds ververst nieuws. Daardoor verliest het binnen- en buitenlandse nieuws in de regionale krant, dat toch al vanwege ruimtegebrek beperkt is, aan belang. Het is te weinig en veelal oud nieuws.

 

Dan ligt het voor de hand dat de regionale krant nog meer het accent legt op het eigen vergaarde, regionale nieuws. Daarin schuilt van oudsher al haar bestaansrecht, maar nu is het belang ervan groter dan ooit. In het enorme aanbod aan nieuws kan de regionale krant zich onderscheiden door te doen waar ze het beste in is. Eigenlijk is dat nog een geluk bij het verschrikkelijke ongeluk waar de kranten nu middenin zitten en waarvan niemand nog weet hoe het zal aflopen – hoewel één ding zeker is. De landing zal hard zijn.

 

Eigen nieuws

Helemaal geen nationaal en internationaal nieuws meer dan? Dat is te voortvarend. De lezer wil nog steeds een complete krant, maar hij rekent niet meer op vers nieuws uit binnen- en buitenland. Een goed samengesteld pakketje van verhalen, beschouwingen en uitleggende stukken is voldoende. Meningen en commentaren over binnenlands nieuws blijven ook welkom. Want dikwijls raakt dat nieuws de lezers.

 

De nadruk moet echter verder verschuiven naar het eigen nieuws van de regionale krant. Meer nieuws uit het verspreidingsgebied dus, en beter nieuws. Lees: beter uitgezocht en beter geschreven.

 

Ook hier niets nieuws onder de zon; de meeste regionale kranten stellen zich dat al lang ten doel. Toch hebben sommige titels hun aanbod aan eigen nieuws laten verschralen. Minder papier, minder verhalen; minder klein nieuws en minder groot nieuws. Gebrek aan middelen heeft bij sommige kranten de ambitie en het zelfvertrouwen aangetast. Dat collega-kranten bijvoorbeeld onderzoeksjournalistiek bedrijven wekt soms verbazing. Hebben die dan nog zulke grote redacties?

 

Corvee

Meer klein nieuws en meer groot nieuws dus.

 

Klein nieuws: de eenkolommers over plaatselijke gebeurtenissen staan niet in hoog aanzien op de redacties. Het maken ervan is een corvee; op de pagina vullen ze het overgebleven wit. Voor de lezer van de krant echter is het kleine nieuws vaak van grote waarde. Wat dichtbij gebeurt, raakt ons het meest. Wees dus niet zuinig met 112-berichten. De lezer ziet ze niet als strooigoed, maar als bewijs dat het zijn krant is.

 

Klein  nieuws,  maar  evenzeer  belangrijk:  de  vaste  jaarlijkse nummers als festivals, corso’s, carnaval. Behandel ze niet stiefmoederlijk door ze af te doen met een foto plus bijschrift, maar máák er wat van. Menig journalist van een regionale krant zeggen zulke evenementen zelf weinig, maar hun lezers vinden ze wel mooi en belangrijk, en wensen dat in hun krant bevestigd te zien.

 

Voldoende klein nieuws, aangevuld met faits divers en petit histoire, plus ruimhartig verslag van de seizoensnummers, zorgen voor herkenning bij de lezer. De journalist die zich te goed voelt om dergelijk nieuws te maken, hoort niet bij de regionale krant thuis.

 

Onthullingen

Groot nieuws: verhalen over onderwerpen die een hele streek of het landsdeel raken. Gebeurtenissen en veranderingen die grote gevolgen hebben voor het gebied en zijn inwoners. Op allerlei terrein: het bedrijfsleven, de openbare orde, onderwijs, zorg, rechtszaken, cultuur, politiek, sport.

 

Groot nieuws is ook: het niet laten bij berichtgeving alleen, hoe uitvoerig soms ook, maar eigen gedegen journalistiek onderzoek. Onthullingen brengen, bij voorkeur misstanden. Dat vormt voor de lezer en het bewijs dat hij een serieuze krant leest, die betrokken is bij het gebied – waarom anders die tegels lichten? – en aan zijn kant staat. De kunst is bij de lezer het besef teweeg te brengen dat zijn krant dergelijk groot nieuws brengt. Voldoende groot nieuws zorgt voor erkenning bij de lezer.

 

De rest volgt dan vanzelf. Want natuurlijk, de krant moet overschakelen van papier op digitale verspreiding. Er moet meer interactie ontstaan met de lezer. De marketing moet versterkt worden. Ja, ooit zal de papieren krant een restproduct zijn; de kunst is de tijd die we nog hebben te benutten om op die dag voldoende digitale inkomsten te hebben, zodat de titel kan blijven bestaan.

 

Gedegen kennis

De regionale krant moet nog zo veel meer doen. Een podium zijn voor lezers. Onderzoeken wat de lezers wensen en waarderen. Persoonlijke verhalen brengen. Op Facebook actief zijn. Lustig er op los twitteren. Verbondenheid tonen met het eigen gebied. Zich met haar gedegen kennis onderscheiden van de gratis concurrenten. Niet zuur zijn. In commentaren zeggen waar het op staat. In het Nederlands van Annie schrijven.

 

Maar  vóór  alles  moet  de  krant  voldoende  eigen  klein  en groot nieuws brengen, gebaseerd op degelijk journalistiek handwerk en overzichtelijk gepresenteerd. Als dat maar op orde is, als dat maar met animo gebeurt, als dat geloof er is, dan volgt de rest vanzelf. Begin met het nieuws en al het andere zal u worden toegeworpen.

 

Over Pieter Sijpersma

Pieter Sijpersma is hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden. Daarnaast is hij voorzitter van het Genootschap van Hoofdredacteuren. Hij schrijft dit stuk op persoonlijke titel.

 

 

 

Wanneer zien krantenjournalisten dat een pakketje nieuws uitbrengen niet meer genoeg is? Natuurlijk, er zijn nog duizenden mensen die een flink bedrag overmaken om dagelijks verrast te worden door de brede selectie van een redactie, maar tegelijkertijd kijken Nederlanders tussen de 20 en 35 jaar gemiddeld slechts een kwartiertje per week naar een dagblad om. De jongste krant van Nederland heeft lezers met een gemiddelde leeftijd van 42 jaar. Daarom baden kranten over vijf jaar in een bloedbad, omdat de papieren inkomsten verder dalen en er nooit serieus geïnvesteerd is in vernieuwing.

 

Jammer voor hen. Nog erger voor ons, lezers. Wat komt er voor in de plaats? Wat willen wij van journalisten? Ik sprak de afgelopen tijd tientallen generatiegenoten (in leeftijd of geest) en dit kwam er uit: We willen geen papieren schuldgevoel  op  de  deurmat.  Geef  ons  zo  min  mogelijk.  Verveling bestrijden lukt wel met de telefoon en Facebook, daar hebben we geen dagblad voor nodig. We willen de ‘bare essentials’.  We  willen  een  krant  die  zo  gericht  mogelijk haar taak vervult en zo min mogelijk van onze tijd vraagt.

 

De nieuwe krant moet een dagelijkse fix voor ons worden, een medicijn tegen de oppervlakkigheid die ons in een door beeldvorming gedomineerde maatschappij tegemoet komt. We willen een shot dat we tot ons móeten nemen om de wereld te kunnen begrijpen.

 

Niet genoeg

De nieuwe app van NRC, Reader, is een goede stap in die richting.  Zeven dagen per week kiest de hoofdredactie acht NRC-artikelen die je volgens hen gelezen móét hebben. In een kwartiertje kan je ‘m uit hebben. NRC heeft dus het lef om artikelen uit hun stokoude context - de papieren krant - te halen. Eeuwenlang maakte ze bladvulling om de belangrijkste verhalen heen, nu hebben jongeren daar opeens geen tijd meer voor. Fijn dat NRC daar met een nieuwe verschijningsvorm op inspeelt, maar het is nog lang niet genoeg. We willen ook dat de ínhoud verandert.

 

Twijfel

Want een goeie krant zaait twijfel en laat ons zien dat de wereld ongrijpbaar is. Als iets nog bij de redactie onbekend is, of als de redactie er qua analyse of moreel oordeel niet uitkomt, willen we dat weten. Niemand weet hoe de wereld precies in elkaar steekt en een krant die dat elke dag durft toe te geven, is een geloofwaardige en eerlijke gids.

 

Expliciet

We willen niet meer zelf uitvinden waarom we iets moet lezen. We moeten de hele dag al beslissingen nemen. ‘Moet ik wel of niet op die Facebook-notificatie klikken? Ga ik nu Angrybirds spelen  of  Dostojevski  lezen?  Pak  ik  NU.nl/achterklap met het ontbijt al mee, of wacht ik tot de lunch?’ Subtiliteiten passen niet meer in dit medialandschap. Die verzuipen in de herrie. Daarom moeten alle schrijvers van de nieuwe krant de schroom die bij gedegen nieuwsverhalen schrijven hoort van zich afwerpen en ons direct en doelgericht informeren.

 

‘Dit is de moeite waard, want’, ‘Ik word hier kwaad om, want’, ‘Deze ontwikkelingen mag je niet missen, want’. We willen dat de journalist zijn missie en drijfveren altijd expliciet maakt, zodat we altijd weten waarom het stuk onze tijd, aandacht en geld waard is.

 

Open

De informatie die in de krant verschijnt, is vrij. Abonnees mogen stukken doorsturen. Niet-abonnees kunnen de stukken gratis op de site lezen. Informatie laat zich niet inperken, wil vrij zijn. Als wij iets bijzonders zien, willen we het delen. We laten ons niet hinderen door een muur, het ontbreken van een copy/paste-functie. Dan maken we wel een screenshot. Als we maar kunnen delen wat ons raakt. Een slimme krant vecht daar niet tegen, een slimme krant probeert het voor zich te laten werken. We willen best betalen voor gemak. Voor dagelijkse digitale bezorging in een mooie app. Na acht keer gratis een fantastisch stuk te hebben gelezen, willen we onderdeel uitmaken van de club waar die stukken vandaan komen. We willen verrast worden door onze krant. Door haar ledenvriendelijkheid. Als we een probleem hebben met de krant, wordt dat opgelost op een manier die onze verwachtingen overtreft. De krant geeft om ons. Ziet ons als haar bestaansrecht.

 

Bijdragen

We stellen allemaal ons leven in dienst van een expertise, een vaardigheid. Daar zijn we goed in, daar werken we elke dag aan. Dat kunnen we beter dan de generalistische redacteur bij onze krant. Die verschrikkelijk goed is in filteren, selecteren en verhalen vertellen, maar nooit zo diep in de materie zit als wij, specialisten. Maar we willen die kennis best delen. We willen een bijdrage leveren aan het informeren van andere clubleden. Dus als de krant een factcheckrubriek heeft, dan willen we uitgenodigd worden om te helpen. Wij kunnen online bronnen aandragen die de journalist kan gebruiken bij het factchecken. We willen best vragen beantwoorden, onze kennis delen. Als je het ons serieus vraagt. En zolang je maar niet die verdomde rolodex pakt waarin een groepje mensen staat die van mediacommentaartjes leveren hun beroep hebben gemaakt. Neem ons serieus, mik op onze vakkennis, en we maken samen de mooiste krant op aarde.

 

Klassiek

Tegelijkertijd willen we ouderwetse ronkende journalistieke verhalen lezen. Hunter S. Thompson-style. De eenzame woeste verslaggever tussen de rebellen in de Libische woestijn. De gewiekste journalist die in nachtclubs lobbyisten ondervraagt en zo aan haar achtergrondinformatie werkt. De dossiervreters. Die klassieke journalistieke verhalen zijn nog steeds nodig. Het ouderwetse vakwerk, gegoten in een bikkelhard stuk van 1.500 woorden. Dat is een vorm van verhalen vertellen die nog niet failliet is. Maar we vertrouwen er wel op dat de krant nu eindelijk eens het eeuwenoude model van    standaard-nieuwsverhaaltjes-produceren    weggooit en de grote uitdagingen aangaat die deze chaotische tijd oproept. We verwachten dat de krant papier vergeet en het als een heilige missie ziet de digitale mogelijkheden ten volle te benutten. We weten dat de krant programmeurs en interactie-ontwerpers net zo belangrijk vindt als journalisten, omdat zij net zo hard nodig zijn om een verhaal te vertellen. We vertrouwen erop dat de krant haar uiterste best doet om het nieuws in een context te plaatsen. Dat ze niet elke keer voorkauwt wie Assad ook al weer was, maar dat ze een nieuwe vertelvorm uitvindt waarin updates en nieuwe analyses in een groter verhaal smelten.

 

Vermaak

Er moet natuurlijk ook wat te lachen vallen. Geef ons The Daily Show. Fokke en Sukke. Gekke columnisten die met een paar hilarische observaties de pijnpunten van onze samenlevingen blootleggen. Geef ons intelligent vermaak. Als antidote tegen de springende sterren. Toon zelfspot. Laat een zucht van relativeringsvermogen door de krant gaan. Maar we willen vooral een oplossingsgerichte krant. De wereld gaat naar de klote. Financiële idioten drukken waarde alleen in geld uit en vreten de aardbol kaal. Gigantische naties maken een welvaartssprong en doen ook opeens een beroep op brandstoffen en luxe. Er sterven verdomme nog steeds mensen van de honger terwijl aan de andere kant van de wereld verwende consumenten tassenvol sweatshopshit bij de Primark kopen.

 

Hoe  kunnen  we  het  verschil  maken,  desnoods  alleen  in onze kleine sociale omgeving? We willen een krant waar de grootste denkers, wetenschappers en doeners van onze tijd oplossingen aanreiken. Die ons niet vertellen hoe we moeten stemmen als we een paar treurige euro’s hypotheekrenteaftrek willen behouden, maar de politici aanwijzen die over een wereld nadenken waar over dertig jaar nog steeds mensen rondlopen.

 

Partijgeneuzel

We willen een politieke krant. Een krant die ons gidst. Die durft te zeggen waar het op staat. We willen een krant die ons wakker schudt zoals Jonathan Safran Foer dat deed met ‘Eating Animals’, Stéphane Hessel met ‘Indignez vous!’ en Tony Judt met ‘Ill Fares The Land’. We willen geen struisvogelkrant die een beetje miept over partijgeneuzel in Den Haag.  We  willen een krant die al  deze  adviezen negeert. Die  denkt:  flikker  op,  wij  bedenken  zelf  wel  wat  we  je voorschotelen. Die zich net als Henry Ford, Igor Stravinsky en Steve Jobs realiseren dat wij als publiek helemaal niet weten wat we willen. Dat we vragen om een sneller paard. Maar toon in ieder geval durf. Ga aan de slag. Stop met het slappe gelul over overheidssteun, oneerlijke concurrentie, vervlakking, of papier wel of niet doodgaat, wie de advertentiemarkt domineert – het zal ons allemaal een zorg zijn. BOUW. Doe. Hoe lang wil je verdomme nog klagend toekijken hoe zich een revolutie voltrekt? Sluit je aan. Red de kwaliteitsjournalistiek. Verras ons. NU.

 

Over Ernst-Jan Pfauth
Ernst-Jan Pfauth begon in 2006 met een blog vanuit New York. Terug in Nederland reisde hij met internetondernemer Boris Veldhuijzen van Zanten een jaar lang de wereld over voor The Next Web. Hij stond aan de basis van nrcnext.nl, de blog die een Dutch Bloggie won voor Beste Blog en Beste Nieuwsblog van 2009. In 2010 werd hij chef Internet van heel NRC Media. In de herfst van 2011 begon hij aan een nieuw, internationaal, project: Brainsley. Pfauth schreef Sex, Blogs & Rock-’n-Roll, en publiceerde online een startgids voor bloggers.

 

 

 

 

Er zit een meisje naast me in de trein. Ze checkt haar iPhone. Facebook. NU.nl. Ze pakt de Spits die door een vorige reiziger is achtergelaten. Het had ook de Metro kunnen zijn. Beide titels zijn in overvloed aanwezig. Wat zou ze gisteravond hebben gedaan? Ook Facebook waarschijnlijk. Misschien DWDD, RTL Boulevard. Ze lijkt me geen P&W-type, maar je weet het nooit.

 

De nieuwsconsumptie van veel mensen zal er niet veel anders uitzien als hierboven beschreven. Het is een lichte – en volgens velen weinig voedzame – maaltijd. En de snackende nieuwsconsument kan uit nog veel meer van dit soort licht verteerbaar materiaal kiezen. Er is Boulevard’s copycat Shownieuws, er is Hart van Nederland, WNL Vandaag de Dag, PowNews, NOS op 3, er zijn talloze glamour-, glossy- en girlzz- magazines en er zijn websites waarop BNers gespot worden.

 

Opgewarmde prakjes

In korte eenvoudig te verteren hapjes worden opgewarmde prakjes geserveerd die van andere media zijn overgenomen (meestal zonder dat te vermelden), via PR-bureaus worden aangeboden (geinige onderzoekjes, leuke nieuwe producten, stedentrips), door lezers zijn ‘gevonden’ (‘kat klem in snelkoker’), van sociale media zijn gehaald (‘het explodeerde op Twitter?’) of trending op YouTube waren (dit filmpje is al 300.000 keer bekeken’).

 

Dat is allemaal nog daar aan toe. Echt zorgelijk is het dat de traditionele forten van betrouwbaarheid, zoals de publieke omroep en de kwaliteitskranten, ook afglijden naar de afgrond van de duizelingwekkende lichtheid. Kijkers zien een wandelende Sacha de Boer als een toonbeeld van opleuking, beschouwen Lux van NRC Handelsblad en het Volkskrant Magazine als advertentiefuiken zonder diepgang en storen zich aan de aandacht die Raf en Sylvie krijgen op al deze platformen. Dat Sacha de Boers afscheid zowel de opening van Het Parool als die van RTL Boulevard is, wordt als een teken aan de wand gezien.

 

Boulevard

Er kan niet ontkend worden dat er veel lichte kost is bijgekomen in het afgelopen decennium en dat die lichte kost zeer populair is. Gratis kranten kennen we sinds 1999 en bereiken  dagelijks  2.1  miljoen  Nederlanders,  dat  is  meer dan alle kwaliteitskranten samen. NU.nl is met afstand de best bekeken nieuwssite (meer dan 100 miljoen bezoeken in december 2012, een derde van de Nederlanders wordt bereikt). Naar RTL Boulevard keken op 6 maart één miljoen mensen, naar Shownieuws nog eens 600.000 terwijl DWDD 1.3 miljoen kijkers had.

 

Wie bewijzen zoekt voor de verlichting en verleuking van het nieuws en de populariteit van die genres, vindt die in overvloed.

 

Dat zou vooral verontrustend zijn als de consumptie en productie van lichte kost ten koste zou zijn gegaan van het gebruiken en maken van serieuze journalistiek. Maar dat is maar zeer ten dele het geval. Want op de avond dat DWDD, Shownieuws en Boulevard al deze kijkers trokken, stemden er twee miljoen mensen af op NOS Nieuws (het best bekeken programma van die avond) en 1.3 miljoen op RTL Nieuws. Die 2.1 miljoen gratis lezers zijn imponerend, maar 7.6 miljoen Nederlanders lezen elke dag een betaalde krant.

 

Lichte kost

Van die 2.1 lezers van gratis kranten, lezen er trouwens 1.2 miljoen ook een betaalde krant. En ook de bezoekers van nu.nl en nrc.nl overlappen, evenals de kijkers naar DWDD en NOS Nieuws. Die aandacht voor lichte kost zou vooral onrustbarend zijn als dat volledig ten koste zou gaan van de aandacht voor ‘serieus’ nieuws. Maar dat is dus niet zo. Er is veel lichtvoetigs bijgekomen maar het wordt voor een belangrijk deel door dezelfde mensen geconsumeerd.

 

Dat Raf & Sylvie bij Boulevard en NOS Nieuws te zien zijn, en dat ze niet alleen in de Privé staan maar ook in de NRC, is juist de kracht van het Nederlandse mediasysteem (de manier waarop dat gebeurt, verschilt overigens hemelsbreed). In andere landen is dat wel anders: in Groot-Brittannië is het tabloid-universum volledig afgescheiden van de quality papers.  In  de  VS  is  het  percentage  krantenlezers  nog niet de helft van dat in Nederland, en er is niets dat in de verste verte maar lijkt op onze publieke omroep. The Daily Show is het populairste nieuwsprogramma, FoxNews de belangrijkste zender.

 

Uitholling nieuwsvoorziening

Toch is dat een lonkend perspectief voor nogal wat criticasters  van het Nederlandse mediasysteem. Wat  betreft de kranten zullen ze in de toekomst op hun wenken bediend worden. Er worden nog steeds veel kranten gelezen,  maar de trend is onmiskenbaar. Als de daling van de afgelopen jaren doorzet (zo’n 3% verlies per jaar), zakt de totale oplage van de landelijke kranten (nu 1.6 miljoen) in 2028 onder het miljoen, als het verlies naar 5% oploopt (nu al de trend bij regionale titels) is dat over acht jaar al het geval. Er zijn nauwelijks kranten die een enigszins werkend systeem van betaalde digitale toegang hebben. Slechts een enkele titel zal zich met online advertentie-inkomsten kunnen bedruipen.

 

De aanval op de publieke omroep is de afgelopen jaren breed ingezet – met actieve steun van de dagbladen – wat gaat leiden tot uitholling van de nieuwsvoorziening. Bezuinigingen, gedwongen fusies, het kortwieken van de  Wereldomroep en de opheffing van het Mediafonds; het gaat nog niet ver genoeg  volgens  velen.  Eigenlijk  zou  de  publieke  omroep een beetje cultuur, minderheden, educatie en algemeen nieuws moeten doen, en beslist geen internet. Twee netten, misschien zelfs maar één (en natuurlijk zonder reclame) moeten voldoen.

 

Uitgeklede omroep

Het is een troostrijke gedachte dat er een speciale plek in de hel is voor journalisten die nieuws van anderen onmogelijk willen maken, maar het sentiment is onmiskenbaar: ons probleem kan worden opgelost door andere media het leven zuur te maken. Het liefst zou men niet alleen de publieke omroep, maar ook Google, het hele internet en de televisie zien verdwijnen. Wat overblijft als de aanval succesvol is, is een mediasysteem met een paar kleine en dure kranten en een uitgeklede publieke omroep.

 

De dagbladen hebben de illusie dat zij gaan profiteren van het marginaliseren van de publieke omroep. Zonder de STER stijgen hun advertentie-inkomsten, zonder nos.nl vliegen de bezoekcijfers van hun internetsites omhoog. Illusies. RTL en SBS (en de nieuwe partij die het vrijgekomen tv-kanaal gaat exploiteren) gaan profiteren, bij NU.nl en Google knallen de champagneflessen. Adverteerders hebben allang de keuze gemaakt en daar keren ze niet op terug. Het publiek wordt de grote verliezer. De kranten worden duurder, internetnieuws oppervlakkiger of verdwijnt achter een betaalmuur, tv-programma’s stoppen.

 

Ecosysteem

Maar ook de media gaan pijn voelen. We beschikken in Nederland over grote nieuwsredacties – bij de grotere kranten, het ANP en de publieke omroep met meer dan 100 journalisten. Andere redacties tellen al snel tientallen redacteuren. Die zorgen met elkaar voor een enorme stroom nieuws maar ook voor ‘inspiratie’ voor elkaar. Een standaardelement van elke ontbijtshow is het voorlezen van de kranten van die ochtend, DWDD en P&W bevatten vrijwel nooit een item dat niet daarvoor in een ander medium (vaak de krant) aan bod is geweest. Nergens worden zo veel kranten gelezen (en tv-nieuws gekeken) als op nieuwsredacties. In de natuur heet zoiets een ecosysteem. En tot dusver functioneert dat meer dan redelijk in Nederland. Dat ecosysteem wordt wel bedreigd. Er zijn andere adverteerdersvoorkeuren en er is een veranderend publieksgedrag. Daar zou door innovatie bij de media zelf en door faciliterend en stimulerend overheidsbeleid een antwoord op kunnen komen. Maar in feite gebeurt nu het omgekeerde: veel media innoveren nauwelijks maar denken het vege lijf te redden door andere media de schuld te geven van hun malaise. De overheid stimuleert niet maar bouwt af. In een mediawoestijn floreert geen enkel ecosysteem.

 

Over Piet Bakker

Piet Bakker is Lector Massamedia en Digitalisering aan de Hogeschool Utrecht. Hij studeerde politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in de communicatiewetenschap. Ook was hij universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam.