NPO
NTR

 

“It used to be easy to make money and difficult to make journalism. Now it’s easy to make journalism and difficult to make money”.

(Jon Snow, 22 maart 2013 )

 

Geldzorgen op de drempel van een Gouden Eeuw

(Door: Wim Fortuyn)


Is goede journalistiek een soort nutsvoorziening, die alleen met publiek geld op niveau te houden is? Of moet de markt zijn werk doen, want waarom geld steken in iets waar te weinig vraag naar is? Kunnen de traditionele media - kranten, tv-zenders - de mobiele revolutie overleven? Of zullen op de puinhopen nieuwe kwaliteitsmerken ontstaan, die hun rol overnemen?

 

Grote vragen over de toekomst beantwoord je niet in een middag, als ze al te beantwoorden zijn - zo bleek maar weer eens tijdens de NTR-expertmeeting over kwaliteitsjournalistiek in De Rode Hoed. Toch bleef de top van de Nederlandse journalistiek, met zo’n 60 hoofdredacteuren en opinion leaders, niet hangen in sombere bespiegelingen over wegzakkende inkomsten en dalende oplagen. Evenmin ontspoorde de zoektocht naar een gemeenschappelijk belang in het gebruikelijke getouwtrek tussen publiek en privaat of commercieel gefinancierde media.

 

Duidelijk is dat - vooral - de klassieke kranten en tijdschriften worstelen om boven te blijven in de mobiele revolutie die het medialandschap overspoelt. Duidelijk is ook dat aan het roer van die oude media vooral grijzende blanke mannen staan. Maar van pessimisme was vrijdag nauwelijks sprake.

 

Sterker nog: the best is yet to come, is de overtuiging van keynote speaker Jon Snow. Hij stelt dat de journalistiek aan het begin staat van een Gouden Eeuw. “De verslaggever die over de hoofden van zijn publiek de wereld toespreekt is verleden tijd. Dankzij twitter is er ineens sprake van een 1 op 1 relatie met de lezer of kijker”. Dat bezorgt de journalist niet alleen directe feedback, maar opent ook de deur naar een schat aan voorheen onbereikbare bronnen en getuigen.

 

Soortgelijk optimisme bij Marc Cooper, directeur van de Annenberg School for Communication. De mobiele revolutie geeft voor het eerst werkelijk inhoud geeft aan het begrip persvrijheid, meent Cooper. Hij rekende in zijn openingsspeech ook af met de gedachte dat het internet zich slechts leent voor vluchtige en korte vormen van journalistiek. Hij voorspelt een renaissance van het lange, diepgravende artikel en draagt als bewijs een blog aan van de hand van zijn dochter, die in 7000 woorden de sociologie van de tv-serie Mad Men blootlegde. Het stuk werd grif verkocht en is zelfs in boekvorm verschenen.

 

Tegelijkertijd etaleerde zowel de Amerikaan als de Brit verbazing over het gebrek aan angst onder de Nederlandse toehoorders. Cooper waarschuwde hen vooral goed in de achteruitkijkspiegel te kijken. Want als je niet oplet, word je opgegeten door ondernemers die geen boodschap hebben aan die oude media en hun status. Zijn advies: "Probeer niet wat je nu doet te vertalen naar het web, maar vindt alles opnieuw uit. Denk vanuit de architectuur die het web je voorschrijft”. Snow benadrukte dat de kansen vooral liggen bij de komende generaties. “Jongeren die geen tv meer kijken: leer ze kennen, weet wie ze zijn, wat ze doen. En betrek ze erbij”.

 

Dat roept de vraag op of er in het internettijdperk, op termijn, nog wel behoefte is aan kranten of tv-zenders als ‘kwaliteitsmerk’. Menigeen voorspelt dat individuele journalisten die functie overnemen en dat de nieuwsconsument via spotify-achtige constructies zijn eigen kwaliteitsmedium kan samenstellen. Nieuwe initiatieven als ‘de correspondent’ van Rob Wijnberg en ‘De Nieuwe Pers’ van Jan Jaap Heij preluderen op die ontwikkeling. Heij: “Wijnberg maakte naam via NRC Next, maar haalt nu tonnen binnen op z’n persoonlijke reputatie”.

 

Voor anderen staat vast dat ook journalisten en columnisten die hun eigen ‘merk’ zijn niet kunnen zonder erkend platform. In de woorden van NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch: columnist Bas Heijne heeft de NRC nodig, zoals de NRC Bas Heijne nodig heeft. “En dat geldt ook voor Joep van ’t Hek. Bij ons wordt is hij elk weekend 100.000 keer gedownload, op zijn eigen site minder dan 10.000 keer. Joep beseft heel goed dat hij Joep niet is als hij niet meer op de achterpagina van de NRC staat ”.

 

Ook Arendo Joustra (Elsevier) ziet meerwaarde in de som der delen. “Ik weet niet of het waar is over 10 jaar, want je durft niks meer te voorspellen, maar een blad dat ik zelf erg waardeer is de Economist. Totaal anoniem gemaakt. In 10 jaar tijd verdubbeld in oplage en er staat geen naam in”.

 

Verdeeldheid ook over de vraag of de oude media -kranten&tv-stations; publiek&privaat- moeten samenwerken of zelfs samen moeten investeren om de kwaliteitsjournalistiek overeind te houden. Zo houden Joustra en Vandermeersch, maar ook Harm Taselaar (RTL), sterk vast aan het principe van de gezonde concurrentie. "Iedereen moet zijn eigen broek ophouden. Samenwerken kan misschien als het gaat om techniek, zoals kranten samenwerken bij de bezorging, maar niet op inhoud”.

 

Voor Frits van Exter (VN) is de commercie evenwel “niet heilig”. Vooral lokaal en regionaal ontbreekt het aan infrastructuur voor goede journalistiek. Daar moet je vormen van publieke steun niet uitsluiten. “Het kan me eigenlijk niet zoveel schelen waar het geld vandaan komt, als die goede verhalen er maar komen”.

 

Bregtje van der Haak (VPRO Tegenlicht) pleit voor het gezamenlijke investeren in datajournalistiek en noemt als voorbeeld het door Eric Smit opgerichte onderzoeksplatform ‘Follow the Money’. Ook Van Exter ziet liever dat dergelijke initiatieven met aanvullende publieke financiering overeind worden gehouden dan dat ze het hoofd boven water moeten houden door twee maanden per jaar jaarverslagen samen te stellen of andere commerciële opdrachten uit te voeren, die niets met journalistiek te maken hebben.

 

Eric Smit zelf wijst op de wijze waarop het FD de journalistieke productie koppelt aan commerciële belangen door het op de markt brengen van een pensioenbijlage in samenwerking met Aegon. "Verschrikkelijk", is zijn oordeel.

 

Qua mogelijkheden mag de journalistiek dan aan het begin staan van een ‘gouden eeuw’; de kansen er ook geld mee te verdienen nemen eerder af dan toe. Het is op internet moeilijk voldoende adverteerders te trekken. Die doen vooral zaken via de grote zoekmachines. Het zou Jon Snow niet verbazen als de worstelende Guardian binnenkort door Google wordt opgeslokt.

 

De discussie over de inzet van publieke fondsen zal nog wel even actueel blijven, is de voor de hand liggende conclusie. Dat kan constructief, zolang het discours niet belandt in de ideologische loopgraven. Vruchtbare wisselwerking, daar gaat het om in de zoektocht naar publiek-private samenwerking. En hoe die vorm te geven zonder de marktwerking fundamenteel te verstoren.

 

Markt- en publiek gefinancierde media zijn niet per definitie elkaar vijanden, maar ook bondgenoten in de strijd voor kwaliteitsjournalistiek. Dat is geen geloof, maar een gegeven. Nog eenmaal Jon Snow: "Het staat vast dat de journalistieke kwaliteit hoger is in landen met een goede publieke nieuwsvoorziening".

 

De opdracht is helder: er moet niet alleen water uit de kraan komen; dat water moet ook van een zo hoog mogelijke kwaliteit zijn. Journalistieke onafhankelijkheid en diversiteit zijn dan kernbegrippen. En de financieringsvorm bijzaak.

 

De Expertmeeting "Journalistiek als water uit de kraan" werd gehouden op 22 maart 2013 in De Rode Hoed te Amsterdam.

Voorafgaand beschreven verschillende journalisten hun visie op journalistiek in een aantal columns. Lees ze op de Columns-pagina.

 

 

  1. [...] Vrijdag 22 maart 2013 De Rode Hoed, Amsterdam Lees het verslag [...]

    11 juli 2013 11:34 NTR | Expertmeeting » Columns